Opvoeden in vertrouwen

Opvoeden in vertrouwen

Opvoeden in vertrouwen

Je hebt net boodschappen en allemaal lekkers in huis gehaald. Samen met je kind wil je vanavond even eten. Tenminste, dat is het plan. Nadat je lekker gekookt hebt, blijkt dat je kind geen hap wil eten. Wat doe je? A. Je wordt boos en je stuurt je kind van tafel. B. Je bekijkt hoe het komt, en gaat het gesprek aan met je kind. C. Je realiseert je dat het een peuter is.

In bovenstaande tekst lees je een situatieschets waarbij belonen en straffen mogelijk centraal staan. Veel ouders zetten belonen en straffen in als opvoedmiddel. Het kan ook anders. Je kunt als ouder altijd groeien en andere keuzes maken. Vaak maak je gebruik van straffen en belonen om het gevoel van controle te hebben over het gedrag van je kind.

Welke behoefte gaat er schuil?

Belonen en straffen kunnen werken, maar vaak alleen op de korte termijn én zolang jij in de buurt bent. Kindercoach Annemieke de Jong: ‘Want wat doet deze manier van opvoeden met het zelfbeeld van je kind? En hoe verandert het gedrag erdoor op de lange termijn? Wanneer je kind op de gang staat, dan werk je niet aan je relatie met je kind. In feite levert straffen dan niets op. Bovendien kom je er door het gedrag te bestraffen niet achter welke behoefte er achter het gedrag schuilgaat. Met straffen bereik je dat je kind iets niet meer doet om straf te voorkomen en door te belonen gaat je kind bepaald gedrag vertonen om bijvoorbeeld iets verdienen. Het kind handelt dan niet meer vanuit intrinsieke motivatie.’

Houd rekening met elkaar

‘Wanneer je met je kind praat, behoeftes en emoties serieus neemt én samen een oplossing zoekt, leert je kind rekening te houden met anderen doordat jij als ouder ook rekening houdt met je kind. Denk er eens aan dat belonen vervangen kan worden door waardering of belangstelling tonen. Door belangstelling en waardering op het proces te geven, bevorder je de innerlijke motivatie op een positieve manier. Kinderen die opgevoed worden in vertrouwen, leven meer in het nu, durven fouten te maken, blijven nieuwsgierig, kijken met een open blik naar de wereld en hebben zelfvertrouwen. Mocht er iets mislukken, dan gaan ze rustig ontdekken hoe het anders kan. Als je kind voelt en ervaart dat het mag zijn wie het is, bouwt het zelfvertrouwen op.’

Veiligheid voorop

Natuurlijk heeft je kind ook bepaalde grenzen nodig waarbinnen het kan functioneren. Veiligheid staat voorop. Annemieke legt uit: ‘Wanneer jouw kind de straat op rent, reageer je misschien geschrokken vanuit angst of boosheid. Je reactie is dan mogelijk erg fel, terwijl je eigenlijk geschrokken bent. Je kunt ook ingrijpen en je kind na afloop rustig uitleggen dat je niet zomaar de straat op mag rennen en dat je daarvan geschrokken bent. Als je met je kind in gesprek gaat, begrijpt het kind jouw gedrag ook beter. Het is jouw taak grenzen duidelijk aan te geven, zodat je kind binnen deze grenzen vrij en veilig kan opgroeien.’

Tips van Annemieke

– Houd het langetermijndoel voor ogen: wil je dat je kind later regelmatig bij je langskomt?
– Choose your battles: bekijk welke onderwerpen het waard zijn om met je kind over in gesprek gaan.
– Beschrijf wat je ziet. Laat je kind zelf tot inzicht komen over zowel positieve als negatieve situaties.

%d bloggers liken dit: